Platform Lichthinder Nieuwsbrief 9

Geplaatst: 1 oktober 2004
Thema: Platform Lichthinder

Platform Lichthinder

Momenteel is Platform Lichthinder betrokken bij een aantal projecten die de komende tijd zichtbaar zullen worden. Ten eerste, “In het donker zie je meer”, samen met Stichting Natuur & Milieu, waarbij dit najaar een grote publiekscampagne rond duisternisbescherming wordt gepresenteerd. Ten tweede, het RVU-programma Nachtland, waarbij als onderdeel van hun website wij een donkerte-experiment gaan houden (zie ook www.nachtland.nl). En ten derde, het overleg samen met Stichting Natuur & Milieu met LTO over nieuwe afspraken rond het terugdringen van lichthinder rond kassen.

In deze nieuwsbrief doen we verslag van de nieuwe afspraken. Vandaag, dinsdag 5 oktober, is de overeenkomst gepresenteerd op een persconferentie, zojuist gehouden in Den Haag. Hieronder staan enkele fragmenten uit dit plan van aanpak.

Overeenkomst afscherming glastuinbouw

Inleiding
De vakgroep LTO Glastuinbouw en Stichting Natuur en Milieu (in samenwerking met Platform Lichtinder) hebben een akkoord bereikt over de aanpak van lichthinder door kassen. Om te beginnen moeten de bestaande wettelijke regels, onder meer verplichte zijafscherming, beter worden nageleefd en gehandhaafd en wordt de lichtuitstraling naar boven beperkt met al aanwezige (energie)schermen. Daarnaast omvat het akkoord een stappenplan om per 1 januari 2008 het licht boven de kassen voor 95 procent af te schermen.

Het plan geldt voor situaties waar vooral mensen lichthinder door kassen ondervinden. Als er grote natuurbelangen spelen, zijn verlichte kassen ongewenst, tenzij voor honderd procent afgeschermd.

Nederland is een van de meest lichtvervuilde landen ter wereld en de glastuinbouw veroorzaakt bijna de helft van het naar boven uitstralend licht. Dit blijkt uit gegevens van Platform Lichthinder met wie SNM samenwerkt. Lucas Reijnders van Natuur en Milieu: “Lichthinder is slecht voor de menselijke gezondheid. Ook zijn er negatieve effecten op de natuur – ondermeer op vogels en insecten. Daarom maken wij ons sterk voor vermindering van de lichthinder door kassen.”

LTO en SNM stellen de komende maanden een onderzoeksprogramma op dat inzicht moet geven in de (teelt)technische en bedrijfseconomische mogelijkheden van bovenafscherming van de kassen. Ook moet het onderzoek meer gegevens opleveren over hoeveel hinder burgers ondervinden van de lichtuitstraling. De resultaten van het onderzoek zullen worden gebruikt voor de onderbouwing van de regels en de normen voor de lichtuitstoot.

Steeds meer tuinders gebruiken kunstlicht voor de groei van hun planten. De lichtsterkte van het groeilicht neemt ook toe en door spreiding en nieuwbouw van kassen is bovendien op steeds meer plaatsen de uitstraling van licht uit kassen te zien. Frans Hoogervorst, voorzitter vakgroep LTO Glastuinbouw: “Bij de verdere ontwikkeling van de glastuinbouw naar een moderne sector is groeilicht nodig om jaarrond kwalitatief goede glasgroenten, bloemen en planten te kunnen leveren. Het is daarom in ons eigen belang dat we de problematiek onderkennen én ook oplossen.”

Het plan van aanpak maakt onderscheid tussen glastuinbouwbedrijven die nu al groeilicht toepassen en bedrijven die na 1 januari 2005 met groeilicht beginnen (nieuwbouw en bestaande kassen). LTO en SNM roepen op om beter toezicht te houden op de naleving van de bestaande regels, met de verplichte schermen aan de zijgevels en de verplichte donkerperiode van 20.00 tot 24.00 uur van september tot mei. Bovendien vragen de organisaties aan de regering het plaatsen van bovenschermen te bevorderen door fiscale faciliteiten.

De aanpak van het traject in nieuwbouwsituaties
Definitie
Onder een nieuwbouwsituatie wordt verstaan:
– Een nieuw te bouwen kas waarin groeilicht wordt aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat, ongeacht de teelt, maatregelen mogelijk zijn om de lichtemissie terug te brengen. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van een bovenscherm;
– Een bestaande kas waarin groeilicht wordt aangebracht. Hierbij is het uitgangspunt dat op het moment dat het groeilicht wordt aangebracht, de bestaande kas tevens geschikt wordt gemaakt om, ongeacht de teelt, maatregelen te nemen om de lichtemissie terug te brengen. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van een bovenscherm.

Stappenplan
In de onderstaande tabel is het stappenplan weergegeven voor nieuwbouwsituaties.

Datum (vanaf)

Minimumniveau van bovenafscherming

1 januari 2005
De huidige wetgeving plus het wegschermen van de lichtkegel of:
85% afschermen, waarmee donkerteperiode niet van toepassing is; afschrijvingstijd scherm: 7 jaar
Kiest men voor wegschermen van de lichtkegel, dan is de verdere route als voor bestaande situaties, zie hoofdstuk 5
1 januari 2006
Direct 85% afschermen, waarmee donkerteperiode niet van toepassing is; afschrijvingstijd scherm 6 jaar
1 januari 2007
Direct 85% afschermen, waarmee donkerteperiode niet van toepassing is: afschrijvingstijd scherm 5 jaar
1 januari 2008
Direct 95% afschermen (donkerteperiode vervalt)

Toelichting: Het plan van aanpak is er op gericht om (stapsgewijs) te komen tot 95% afscherming op 1 januari 2008. In eerder jaren kan men nog een lager niveau van afscherming aanbrengen. Om kapitaalvernietiging te voorkomen en rekening houdend met de geldende afschrijvingstermijnen krijgt de tuinder vijf tot zeven jaar de tijd om het 85% scherm te vervangen door een 95% scherm. Na het aanbrengen van een 85% scherm vervalt de donkerteperiode.

De 85% en 95% doelen worden doorgevoerd tenzij uit onderzoek is aangetoond dat dit (teelt)technisch of bedrijfseconomisch niet mogelijk is. Voor de situatie na 2008 zal bij het stellen van eisen voor nieuwbouwsituaties worden aangesloten bij de dan geldende stand der techniek, waarbij gestreefd zal worden naar een 100% afscherming.

Het traject in bestaande situaties
Definitie
Een bestaande situatie is een glastuinbouwbedrijf dat voor 1 januari 2005 reeds groeilicht toepaste. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in bedrijven waar een bovenscherm kan worden aangebracht en bedrijven waarin géén bovenscherm kan worden aangebracht. De laatste categorie betreft bedrijven met een poothoogte kleiner dan 3,5 meter.

Stappenplan
In de onderstaande tabel is het stappenplan weergegeven voor bestaande situaties.

Datum (vanaf)

Minimumniveau van bovenafscherming

1 januari 2005
Het wegschermen van de lichtkegel door het sluiten van de energieschermen. Indien een scherm wordt aangebracht 85% afschermen, waarmee de donkerteperiode niet van toepassing is. Afschrijvingsperiode voor dit scherm 7 jaar
1 januari 2006
Voor bedrijven die een scherm installeren (poothoogte > 3,5 m.): 85% afschermen, de donkerteperiode is niet van toepassing . Afschrijvingsperiode voor dit scherm 6 jaar, wanneer geïnstalleerd in 2006 en 5 jaar, wanneer geïnstalleerd in 2007
1 september 2006
Bedrijven die geen scherm kunnen installeren (poothoogte < 3,5 m) krijgen een donkerteperiode van zes uur.
1 januari 2008
Voor bedrijven die een scherm kunnen installeren direct 95% afschermen. De donkerteperiode vervalt.
1 januari 2008
Voor bedrijven die geen scherm kunnen installeren valt er alleen nog te belichten na een vrijstelling door het bevoegd gezag.

Toelichting: Het plan van aanpak is er op gericht om (stapsgewijs) te komen tot 95% afscherming op 1 januari 2008. In eerder jaren kan men nog een lager niveau van afscherming aanbrengen. In de overgangsperiode van 2005-2008 dienen tot het moment van installatie van een 85% scherm de reeds aanwezige (energie)schermen bij gebruik van groeilicht in de periode van zonsondergang tot zonsopgang te zijn gesloten.

Om kapitaalvernietiging te voorkomen en rekening houdend met de geldende afschrijvingstermijnen krijgt de tuinder vijf tot zeven jaar de tijd om het 85% scherm te vervangen door een 95% scherm.

Tuinders die niet kunnen schermen, dienen in principe het gebruik van groeilicht 1 januari 2008 te beëindigen, tenzij zij beschikken over een door het voor de Wet Milieubeheer bevoegd gezag verstrekte ( tijdelijke)vrijstelling.

De 85% en 95% doelen worden doorgevoerd tenzij uit onderzoek is aangetoond dat dit (teelt)technisch of bedrijfseconomisch niet mogelijk is. Voor de situatie na 2008 zal bij het stellen van eisen voor nieuwbouwsituaties worden aangesloten bij de dan geldende stand der techniek, waarbij gestreefd zal worden naar een 100% afscherming.

Overige afspraken
Voor het stappen plan en de te nemen acties voor alle bedrijven gelden de volgende overige afspraken:
– Daar het niveau van de lichtemissie is gerelateerd aan de lichtintensiteit, wordt de toe te passen lichtsterkte bij de eerstvolgende wijziging van het Besluit glastuinbouw gebonden aan een maximum van 15.000 Lux/m2, tenzij de lichtemissie met 100% wordt gereduceerd.
– Bij extreem koude nachten (kouder dan -10 °C) kunnen bedrijven die geen scherm hebben onder nader op te nemen voorwaarden (w.o. in ieder geval een meldingsplicht vooraf aan het bevoegd gezag) tot 1 september 2008 afwijken van de donkerteperiode.
– Het minimumniveau van bovenafscherming kan ook gerealiseerd worden met meerdere schermen.

Bovenstaande afspraken zijn gemaakt voor situaties waar het probleem van hinder voor mensen prevaleert. Er zijn echter ook gebieden waar de belangen van de natuur prevaleren. Daarbij kan worden gedacht aan gebieden die vallen onder de Habitat richtlijn van de Europese Unie. De beide organisaties menen dat in deze gebieden de toepassing van groeilicht niet gewenst is, tenzij dit voor 100% is afgeschermd. Nieuwe kassen gebieden dienen elders te worden gerealiseerd. Voorzover er belichtende kassen in zulke gebieden zijn, verdient verwijdering in het kader van de ruimte voor ruimte regeling aanbeveling.

Aldus overeengekomen:

Den Haag
5 oktober 2004

F.H. Hoogervorst (Voorzitter LTO Glastuinbouw)

A. van den Biggelaar (Directeur Stichting Natuur en Milieu) voor deze, L. Reijnders (Stichting Natuur en Milieu)

Volledige overeenkomst
De volledige tekst van de overeenkomst is te downloaden via de site van Platform Lichthinder.

© 2002- Platform Lichthinder