Grenswaarden sportveldverlichting

Er zijn twee regelingen die betrekking op sportverlichting: de Algemene Maatregel van Bestuur en een richtlijn van de NSVV.

AMvB Besluit Horeca, Sport en Recreatie Milieubeheer
In het kader van de wet Milieubeheer zijn voor een groot aantal sectoren zoals voor sportvoorzieningen AMvB’s opgesteld waaraan een inrichting moet voldoen. In deze Algemene Maatregel van Bestuur staat de volgende paragraaf:

Paragraaf 1.5. Verlichting
1.5.1 De verlichting ten behoeve van sportbeoefening is uitgeschakeld:
a. tussen 23.00 uur en 07.00 uur, en
b. indien er geen sport beoefend wordt, noch onderhoud plaatsvindt.

De lichtinstallatie wordt zodanig uitgevoerd dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen in gevels of daken van woningen wordt voorkomen.

1.5.2 Voorschrift 1.5.1 is niet van toepassing op dagen of delen van dagen in verband met de viering van:
a. festiviteiten die bij of krachtens een verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt;
b. andere festiviteiten of activiteiten die plaatsvinden binnen de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een verordening aan te wijzen dagen of delen van dagen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar.

Een festiviteit of activiteit als bedoeld in de onderdelen a of b, die maximaal een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op én dag.

De gehele tekst van de AMvB Horeca, Sport en Recreatie is te vinden op de website www.infomil.nl.

Richtlijn lichthinder NSVV
Er is door de Nederlandse Vereniging voor Verlichtingskunde (NSVV) een richtlijn voor sportverlichting uitgebracht. “Algemene richtlijn betreffende lichthinder deel 1, algemeen en grenswaarden voor sportverlichting” is in 1999 uitgebracht en te verkrijgen bij de NSVV, Postbus 9035, 6800 ET Arnhem, tel 026-4429123.

Gehinderden
In deze richtlijn wordt uitgegaan dat er gehinderden zijn die last hebben van een lichtinstallatie. Dat kan een omwonende zijn, maar ook een weggebruiker. Dat betekent dat een sportveld in the middle of nowhere, waar niemand er last van heeft dus niet aan de grenswaarden hoeft te voldoen. Echter, de richtlijn zegt dat ook de natuur last kan hebben van lichthinder. Dus ook al wordt dat nergens gemeld, de grenswaarden gelden ook voor de eventuele aanwezige fauna. In een latere uitgave voor terreinverlichting van dezelfde vereniging wordt dit verder uitgewerkt.

De maximale grenswaarden die voor de lichtinstallatie gelden worden dus bekeken vanuit die gehinderde. Dat betekent dat er gemeten wordt op de plaats waar de gehinderde zich bevindt. Voor een omwonende wordt dit geconcretiseerd door uit te gaan van het raam waar het licht instraalt. Eventueel zou het ook kunnen gelden voor een zitje in de tuin.

Grenswaarden
In de richtlijn worden grenswaarden voor de verlichting gesteld. Dat betekent dat deze waardes de maximale waarden zijn waaraan een lichtinstallatie moet voldoen op de plek van de gehinderde. Deze grenswaarden zijn afgeleid van Europese normen, zoals vastgelegd in publicaties van de CIE, zoals Obtrusive light nr 150.

Plaats en tijd
De grenswaarden hangen af van de plaats en omgeving waar de verlichting geplaatst is. De omgeving is in een stad veel meer verlicht waardoor de normen daar hoger zijn dan in een natuurgebied waar de omgeving donker is. Er worden vier soorten gebieden onderscheiden:

E1: Natuurgebieden
E2: Buitenstedelijk en landelijke woongebieden
E3: Wooongebieden
E4: Stedelijke centra

Wat de tijd betreft verschillen de normen voor de avond van zonsondergang tot aan 23 uur en de nacht na 23 uur tot zonsopgang. De normen zijn ’s nachts lager dan in de avond.

Lichtparamaters
Er worden in onderstaande grenswaarden gesproken van twee parameters waaraan gemeten wordt: verlichtingssterkte E (uitgedrukt in lux) en lichtsterkte I (uitgedrukt in candela). De eerste wordt gemeten met een lux-meter die alle licht meet op een oppervlakte van alle lichtbronnen samen die op dat vlak schijnen. Dat vlak kan een raam van een huis zijn, of het gezicht van een weggebruiker. Lichtsterkte wordt gemeten met een luminantiemeter en geeft aan hoeveel licht vanuit een bepaalde bron op het raam of gezicht valt. Dat zegt iets over de mate van verblinding door de lichtbron.

Grenswaarden
In onderstaande tabel worden de grenswaarden voor de lichtemissie van een lichtinstallatie voor sportaccomodaties getoond.

Parameter

Toepassings – condities

E1
Natuur gebied

E2
Landelijk gebied

E3
Stedelijk gebied

E4
Stadscentrum / industriegebied

E (v) lux op de gevel
07.00-23.00
2 lux
5 lux
10 lux
25 lux
23.00-7.00
1 lux
1 lux
2 lux
4 lux
I (cd) van elke armatuur
07.00-23.00
2500 cd
7500 cd
10000 cd
25000 cd
23.00-7.00
0 cd
500 cd
1000 cd
2500 cd

Relatie en status van beide richtlijnen
De status van de richtlijn van de NSVV is een aanbeveling en heeft geen wettelijke status. In het algemeen wordt door de meeste gemeentes de richtlijnen van de NSVV betreffende bijvoorbeeld de openbare verlichting gevolgd. Ook een aantal rechterlijke uitspraken duidt erop dat de richtlijn van de NSVV betreffende sportverlichting als norm gesteld wordt, waaraan bij klachten van burgers voldaan moet worden. In de laatste jaren is veel sportverlichting bij klachten van burgers gemeten en aangepast om onder de door de NSVV gestelde grenswaarden te komen.

De richtlijn van de NSVV stamt uit 1999 en in de versies van de AMvB die daarop volgden werd gerefereerd aan de richtlijn van de NSVV. In de laatste versie van de AMvB is dat helaas teruggedraaid onder invloed van een poging tot deregulering. Hier is tegen geprotesteerd en het is onduidelijk hoe dit in de volgende versies ingevuld gaat worden.

© 2002- Platform Lichthinder