Zien in het donker

Beeld: Jon Ross

Als licht in een oog valt, gebeurt er net zoiets als in een fotocamera. Ook in een oog passeert het licht eerst een lenzenstelsel. De frontlens is het hoornvlies, het bolle heldere venstertje aan de voorzijde van het oog. Even daarachter ligt de iris; het licht gaat door het ronde gaatje dat ongeveer in het midden daarvan ligt, de pupil.

In een fototoestel kan de binnenkomende hoeveelheid licht worden geregeld met het diafragma. Hetzelfde doet de iris in het oog. Deze regulering heeft maar en bescheiden bereik: bij een wijde pupil is de hoeveelheid doorgelaten licht ongeveer een factor tien groter dan bij een nauwe pupil.

Vlak achter de iris ligt de ooglens; deze is voorzien van een instelmechanisme. Dit stelt ons in staat het zicht scherp te stellen, van nabij tot veraf. En wel des te beter naarmate men jonger is. Na de ooglens gaat het licht door een fraai doorzichtige heldere gelei (het zg. glasvocht of glasachtig lichaam), die het grootste deel van het inwendige oog opvult, en bereikt vervolgens het netvlies.

Staafjes en kegeltjes

In het oog zijn twee verschillende gezichtszintuigen verenigd. De eerste, de zogenaamde kegeltjes, zijn beperkt gevoelig voor licht. Ze stellen ons in staat tot scherpe detailwaarneming en zijn bovendien kleurgevoelig. Deze combinatie maakt dat ze optimaal functioneren bij een helder verlichtingsniveau.

De tweede, de zogenaamde staafjes, zijn veel lichtgevoeliger. De lichtgevoeligheid van een enkel staafje ligt een factor van enkele tientallen malen hoger dan een kegeltje. Dit brengt met zich mee dat staafjes gemakkelijk verblind worden. Ze zijn niet geschikt voor het waarnemen van fijne details en bovendien leveren zij geen kleurgewaarwording. Deze combinatie maakt dat zij optimaal functioneren bij lage verlichtingsniveaus. De gevoeligheid van staafjes is het grootst voor groen-blauw licht.

We zien dus op twee manieren: bij heldere verlichting waarbij de kegeltjesfunctie domineert (het zgn. fotopisch zien) en bij een laag verlichtingsniveau waarbij de staafjesfunctie domineert (het zgn. scotopisch zien). Platform Lichthinder pleit er niet voor om met z’n allen in het pikdonker te gaan zitten. Wij houden een pleidooi om meer gebruik te maken van het scotopisch zien onder omstandigheden waarbij dit gerechtvaardigd is. Dit ten gunste van kwaliteiten van het leven die bij het fotopisch zien worden doorkruist.

Verlichtingssterkte

 

Daglicht bij volle zon midden zomer

50.000–100.000 lux

Daglicht bij betrokken hemel

1.000–10.000 lux

Daglicht gemiddeld

5.000 lux

Schemering

10 lux

Volle maan bij heldere hemel

0,25 lux

Nieuwe maan bij heldere hemel

0,002 lux

Geheel maanloze, zwaar bewolkte nacht

0,001 lux

 

 

Bureauverlichting

200–800 lux

’s Avonds normaal verlichte kamer

25–40 lux

Verlichting hoofdverkeersweg

20 lux

Woonstraat

3 lux

Leesdrempel

0,3 lux

Grens kleuren zien (mens)

0,1 lux

Schemer

Het oog is dus in staat te functioneren bij zeer uiteenlopende verlichtingsniveaus. Het is verbijsterend dat het oog aan de ene kant in staat is een kaarsvlam op een afstand van 20 km te zien en aan de andere kant waar te nemen bij volle zon hoog aan de hemel. Als men ’s avonds of ’s nachts buiten is, buiten bereik van kunstlicht, ziet men nauwelijks kleuren, evenmin fijne details. De kleur blauw lijkt nu veel helderder dan overdag, hoewel de kleurgewaarwording ‘blauw’ niet meer aanwezig is. Rood echter, ook helder rood, lijkt bijna zwart.

Probeert men een niet al te heldere ster scherp te fixeren, dan verdwijnt hij af en toe even, en wordt ineens veel helderder bij een blikrichting net ernaast. Maar wie niet hoeft te lezen en afziet van kleurgewaarwording, kan nog prima functioneren.

Adaptatie

De lichtgevoeligheid van een fotofilmpje wordt door de fabriek bepaald en ligt bij elk filmpje definitief vast. Ons oog is echter in staat om dit zelf te regelen, van zeer hoog tot zeer laag, afhankelijk van het aangeboden verlichtingsniveau. Dit gaat geheel buiten onze wil om. Het proces waar het hier om gaat heet adaptatie, letterlijk: geschiktmaking. Adaptatie maakt het oog geschikt om te functioneren bij welke verlichting dan ook, binnen de grenzen van de reeds genoemde uitersten.

Voor iemand ’s nachts in het donker is de volle maan heel helder. Voor dezelfde persoon valt de helderheid van dezelfde volle maan overdag in de volle zon, vrijwel geheel weg. Dan is immers het oog aangepast aan de veel grotere helderheid en wordt de maan a.h.w. sterk onderbelicht.

Adaptatie vraagt tijd. Als men uit een helverlichte omgeving plots in het donker komt, begint de donkeradaptatie. Eerst meent men “niets te zien”. Maar al na een paar minuten lukt het details te onderscheiden. Na verloop van een half uur tot een uur is het zover dat men ziet wat redelijkerwijs nog zichtbaar zou moeten zijn. Toch kan ook daarna de lichtgevoeligheid, zij het dan veel minder, nog gedurende uren toenemen. Als men daarna weer in het licht komt, gaat het veel sneller. In het algemeen binnen enkele minuten is men daaraan weer gewend.

Contrastgevoeligheid

Contrastgevoeligheid is het vermogen om verschillen in helderheid te zien. Dit is een kwaliteit van het zien die pas de laatste jaren uitvoerig is onderzocht. In veel opzichten is zij in het dagelijks leven van zeer groot belang, vooral als de contrastverschillen gering zijn, bijvoorbeeld in het wegverkeer, waar het van levensbelang is om (levende of niet levende) obstakels tijdig te onderscheiden.



Dineren in het donker

Er bestaan restaurants waar het zo donker is dat je geen hand voor ogen ziet. De gedachte achter deze duisternis-bars is dat je zo extra geniet van de smaken en geuren. Het bedienend personeel is meestal blind, deze mensen zijn goed in staat in het donker de bestellingen zonder brokken af te leveren.
CTaste: ctaste.nl
Bartiméus: dinereninhetdonker.nl

Schemerzones

In de serie ‘A Hidden Plot’ van fotograaf Martin Effert zijn de schemerzones in en rondom de stad te zien. De foto’s, met daarop alleen vage sporen van menselijk gebruik of nabijheid, tonen door de lange belichtingstijd een rijk kleurenpalet en vormentaal.

De grenzen van de waarneming

Fotograaf Axel Hütte tast in de serie ‘Nocturnal Scenes (As dark as light)‘ aan de hand van het landschap de grenzen van het waarnemen af. Als deze grenzen ergens merkbaar zijn dan is dat wel ’s nachts. In het donker verliezen de landschappelijke elementen hun kleur. Elke notie van diepte, hoogte, voorgrond en achtergrond wordt opgeslokt in de duisternis en land, lucht en horizon gaan ongemerkt in elkaar over.

© 2002- Platform Lichthinder