Verlichting is een van de meest dramatische veranderingen in ons milieu. Assimilatielampen in kassen, beveiligings-schijnwerpers in tuinen, het dichtverlichte wegennet, xenon-projecties op monumentengevels, witverlichte tennisbanen en reclameborden langs iedere snelweg. Licht lijkt een onlosmakelijk bijeffect van de verstedelijking en de 24-uurs-economie. In een geïndustrialiseerd gebied als West-Europa is het nagenoeg onmogelijk om nog plekjes te vinden waar de hemel echt donker is.
Utrecht bij nacht, vanaf de Dom. Beeld: Sotto le Stelle
Nederland is gewogen en te licht bevonden
Jaarlijks worden miljoenen euro’s verspild door inefficiënte verlichting. Slecht afgeschermde lichtbronnen veroorzaken veel stoorlicht dat niet op de wegen of straten valt, maar omhoog straalt en hooguit de onderkant van overvliegende vliegtuigen verlicht. Aangezien voor elektrische verlichting fossiele brandstoffen worden opgestookt, betekent dit ook een ongewenste uitstoot van kooldioxyde in de atmosfeer. Lichtvervuiling vormt, net zo goed als lawaai en stank, een aanslag op het milieu.
Niet alleen mensen hebben last van teveel licht. Voor de meeste dieren is het een ramp. De meeste diersoorten in Nederland zijn ‘s nachts actief en als je bosje opeens verlicht wordt veranderen alle evenwichten. Opeens kan je prooi jou zien of ben je zelf zichtbaar.
Chicago bij nacht, door fotograaf Jim Richardson. De hele serie lichtvervuiling-beelden is hier te zien
Naast economische en ecologische schade, kent lichtvervuiling ook ethische en esthetische bezwaren. Het nachtelijk duister is een esthetisch waardevol bezit, dat niet zomaar mag worden opgeofferd aan verloren licht. Verlichting is vaak bedoeld als reclame, maar in een bewuste maatschappij is het anti-reclame.
Hoe licht is Nederland?
In 2003 heeft Platform Lichthinder berekend hoeveel kunstmatige verlichting in Nederland is geïnstalleerd. Het blijkt dat kasverlichting een aandeel van meer dan de helft hierin heeft. De gegevens zijn te vinden in het onderzoek Licht in Nederland. Het rapport is voor zover bekend de eerste poging om de totale hoeveelheid licht die ‘s nachts buiten kunstmatig wordt geproduceerd te kwantificeren.
De kaart hiernaast bevat de gekalibreerde nachtelijke lichtemissie voor het jaar 2006. Medewerkers van het Amerikaanse NOAA, de National Oceanic and Atmospheric Administration, hebben satellietgegevens bewerkt om een wereldkaart van de nachtelijke lichtemissie te maken.
Hoe licht is de wereld?
Dit satellietbeeld toont de aarde bij nacht en is begin 2001 samengesteld door Italiaanse en Amerikaanse astronomen. De foto’s zijn gemaakt vanaf de relatief geringe hoogte van 830 kilometer en laten de helderheid van kunstmatige, permanente lichtbronnen zien. Kunstlicht concentreert zich in de Verenigde Staten, West-Europa en Japan, maar ook de rivier de Nijl en de Indiase grens worden zichtbaar, evenals het Russische spoorwegnet door steden en dorpen die daarlangs liggen.
Op 3 augustus 2001 verscheen ‘The First World Atlas of the Artificial Night Sky Brightness’. Het rapport toont de resultaten van een groot, wereldwijd onderzoek naar de (over)belichting van de hemel. Hieronder een van de kaarten uit het rapport.
Ongeveer twee-derde van de wereldbevolking en 99% van de bevolking in Europa en Amerika (uitgezonderd Alaska en Hawaii) leeft in gebieden waar de nachthemel bovengemiddeld is ‘vervuild’ met licht. Het zicht op de melkweg is verdwenen bij een-vijfde van de wereldbevolking, meer dan twee-derde van de Amerikaanse bevolking en meer dan de helft van de Europese bevolking. De data die voor de samenstelling van de atlas zijn gebruikt, dateren van 1996 en 1997. Maar sindsdien, zo zeggen de onderzoekers, is de situatie er alleen maar erger op geworden.
Normaal gesproken zijn er ‘s nachts zo’n 2500 sterren met het blote oog zichtbaar, in de steden zijn dat er slechts enkele. Op het kaartje hiernaast is te zien wat het maximaal aantal sterren per gekleurd gebied is; groen: 2000 sterren, geel: 1000 sterren, oranje: 500 sterren, rood: 100 sterren, wit: 10 sterren.
Uit de conclusies van het onderzoek: “Uit de Atlas blijkt dat lichtvervuiling zich niet beperkt tot — zoals vaak wordt gedacht — de ontwikkelde landen. Het is een mondiaal probleem dat vrijwel elk land in de wereld aangaat. Zoals verwacht is het probleem het grootst in de Verenigde Staten, Europa en Japan. Maar de nachthemel wordt ernstiger bedreigd dan over het algemeen wordt gedacht.”










