Platform pleit bij Drenthe voor meer aandacht voor duisternis

Geplaatst: 7 juli 2003
Thema: Platform Lichthinder / Wetgeving

Platform Lichthinder heeft bij de provincie Drenthe gepleit voor meer aandacht voor duisternisbescherming en bestrijding van lichtinder in het Provinciaal Omgevingsplan Drenthe (POP). Het POP heeft de wettelijke en bestuurlijk-juridische status overgenomen van het streekplan, het waterhuishoudingsplan, het milieubeleidsplan en het provinciaal verkeers- en vervoersplan. Elke provincie is geacht een POP samen te stellen; Drenthe heeft als eerste een Voorontwerp voor de POP gemaakt.

Onderstaande zienswijze is namens Platform Lichthinder naar de Gedeputeerde Staten van Drenthe gestuurd naar aanleiding van het Voorontwerp Provinciaal Omgevingsplan Drenthe.

Aan Gedeputeerde Staten van Drenthe
Postbus 122
9400 AC ASSEN

Betreft: Zienswijzen Voorontwerp POP II
Datum: 7 juli 2003

Geacht college,
Graag wil het Platform Lichthinder gebruik maken van de mogelijkheid om te reageren op het Voorontwerp-POPII. Overigens constateren wij met genoegen dat aan het onderwerp lichthinder/-lichtvervuiling reeds ruime aandacht wordt besteed. Hierna iets over het Platform Lichthinder en onze zienswijzen.

Over het Platform Lichthinder
Het Platform Lichthinder is een stichting en opgericht in 2002 met de officiële naamgeving ‘International Dark-Sky Association Nederland’, gelieerd aan de internationale organisatie ‘International Dark-Sky Association’. Het Platform staat voor het behoud van duisternis als een kwaliteit van onze leefomgeving. De nacht wordt door grote toename van openbare- en privéverlichting steeds verder teruggedrongen. Duisternis is een oerkwaliteit, vergelijkbaar met waarden als rust en stilte. Nederland is één van de meest lichtvervuilde gebieden ter wereld en deze vervuiling neemt toe met meer dan 5% per jaar. Het Platform Lichthinder wil deze ontwikkeling ter discussie stellen en waar mogelijk tegengaan of in goede banen leiden.

Zienswijzen
In visiedeel B, bij B.3 missen wij ‘duisternis’ of beter wellicht ‘donkere nachten’ als landschappelijke kwaliteit of landschappelijke waarde. Naar onze mening dient daarbij te worden aangegeven dat deze waarde in ieder geval zal worden behouden en waar mogelijk verbeterd. Die verbetering komt tevens ten goede aan de energiehuishouding waarin energiebesparing als eerste staat vermeld.

In B7.2 ‘Het landelijk gebied’ wordt onder de subkop ‘Drentsche waarden’, ‘donkerte/duisternis’ niet vermeld. Duisternis dient zoals reeds aangegeven, wel degelijk als een waarde te worden beschouwd. (Opm.: De Italiaanse regering heeft onlangs de UNESCO gevraagd de nachtelijke hemel als wereld-erfgoed te erkennen).

Wij zien deze waarden graag opgenomen in het visiedeel. De wereldatlas voor kunstmatig licht geeft duidelijk aan dat er een cesuur te zien is boven Overijssel, aangevend dat daar het donkere deel begint. Drenthe mag daar best trots op zijn. Duisternis zal in de toekomst een belangrijke waarde blijken te zijn voor Drenthe; voor mensen die er willen gaan wonen of recreëren.

Op pag. 56 staat aangegeven: “In de planperiode wordt door de provincie de mogelijkheid onderzocht of de wegverlichting in de nachtelijke uren minder kan zijn dan in de avonduren. Aandachtspunt daarbij is, dat natuurgebieden gebaat zijn met geen c.q. zo weinig mogelijk kunstlicht.” Wat het platform Lichthinder betreft mag er hier en daar wel wat verlichting worden weggehaald. We wijzen in dit verband vooral op ‘lichteilanden’ als bij Smilde, Bovensmilde, Havelte, Wilhelminaoord Dieverbrug enz.

Stiltegebieden vallen onder milieubeschermingsgebieden. Elders heeft men ideeën om donkerte- en stiltegebieden met elkaar te laten samenvallen. Wellicht kan de provincie Drenthe hiervoor een pilotplan ontwikkelen.

In visie C. wordt ‘donkerte/duisternis’ gemist onder ‘Een bijzondere omgevingskwaliteit’. Waar ‘stilte’ onderdeel uitmaakt van de ‘Doelstellingen voor de Planperiode’ (pag 51) zijn er voor ‘donkerte/duisternis’ geen doelstellingen geformuleerd om lichtvervuiling/-hinder tegen te gaan. Het is een goede zaak ook hiervoor doelstellingen te formuleren en te vermelden.

Assimilatieverlichting
Hieraan wordt in het POP nog weinig aandacht besteed. Alleen op pagina 158 is iets over deze vorm van emissie vermeld. Toch blijkt uit onderzoek van het Platform Lichthinder dat de bijdrage van assimilatiebelichting t.o.v. andere vormen van kunstlicht voor ruim 50% bijdraagt. Door de ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwgebieden is veel aandacht nodig om verdere verslechtering en nieuwe lichtverontreiniging te voorkomen. Ook aan de huidige vorm van belichting is nog veel te verbeteren.

Er ontstaan steeds meer maatschappelijke bezwaren tegen assimilatieverlichting zoals die momenteel wordt toegepast. De hoeveelheid licht neemt toe terwijl verwacht wordt dat ook de verlichtingssterkte en daarmee de lichtverontreiniging verder zal toenemen.

Daarnaast dient actief te worden gehandhaafd op het ‘Glastuinbouwbesluit’ voor wat betreft nachtelijke beperkingen voor assimilatieverlichting ën de afscherming van kassen. Gezien de ontwikkeling van het Rundedal is het wellicht mogelijk via milieuvergunningen of Mer’s lichtverontreiniging te voorkomen.

Om de nachtelijke periode te beschermen tegen lichtvervuiling/-hinder door de sector zou de Provincie vooruitstrevend moeten zijn om glastuinbouwcomplexen waar gebruik gemaakt wordt van assimilatieverlichting óók aan de bovenzijde van lichtafschermend materiaal te voorzien.

In Drenthe is er ’s nachts nog enige duisternis. Voor Nederland is dat bijzonder. Die duisternis moet minimaal worden behouden en daarnaast verbeterd.

Flora, fauna en veiligheid
Ook in ons land wordt uit maatschappelijke overwegingen meer aandacht gevraagd voor lichtverontreiniging en daarmee ontstane niet-acceptabele situaties. Dat geldt voor zowel de reeds aangehaalde assimilatieverlichting alsook van verschillende vormen van straatverlichting, particuliere verlichting en sfeer- en reclameverlichting.

Uitwerking op de flora is ondermeer gebleken uit het eerder in bloei geraken van bloemen en planten onder invloed van licht. Licht laat ook zijn invloed gelden op de fauna: uit experimenten is gebleken dat ’s nachts trekkende vogels in de war raken door kunstmatige lichtbronnen; licht heeft een aantrekkende werking op insecten. Schattingen van biologen geven aan dat in de zomermaanden ca 150 insecten per lamp per nacht worden gedood (2e European Symposium on the protection of the Nightsky, Luzern).

Dat licht ook zijn uitwerking heeft op mensen wordt steeds duidelijker. Het menselijk lichaam stelt zich in de nacht in op rust. Te veel licht beïnvloedt de kwaliteit van de slaap. Al vanaf 100 lx kan de biologische klok uit zijn evenwicht worden gebracht. Statistisch is bewezen dat kinderen die slapen met nachtverlichting een grotere kans hebben op bijziendheid.

Veiligheid wordt steeds in het geding gebracht om aan te geven dat meer moet worden verlicht. Onderzoeken zijn daarin lang niet eenduidig. Steden waarin electriciteit voor langere duur was uitgevallen (zoals onlangs in Amsterdam) geven geen toename van criminaliteit; eerder het tegenovergestelde.

Dat wegverlichting niet zaligmakend is mag blijken uit het volgende. Uit de afstudeer-scriptie van Onderzoeker Peter van Dussen (Int. Hogeschoool Breda) blijkt dat uit een rendementsvergelijking (in Gelderland) tussen 6 soorten veiligheidsmaatregelen ‘verlichting’ (de duurste maatregel!), het slechtst scoorde. Nadat op de 14,2 km provinciale weg lichtmasten waren geplaatst, steeg het aantal ongevallen (tussen 24.00 en 06.00 uur) met gemiddeld 57% in de 2 jaar na de maatregel t.o.v. de drie jaar voordien. Over het hele etmaal gemeten was de stijging 18%. Alleen overdag was de stijging 7%. (Bron: ‘Verkeerskunde’, vaktijdschrift verkeer en vervoer).

In België (kampioen in straatverlichting en veel verkeersongevallen) overweegt men de verlichting van de autowegen aanmerkelijk te verminderen.

De Provincie Noordholland stelt in een beleidsnota: “Noordholland gelooft in het idee, dat je de weggebruiker de informatie moet geven die hij ’s nachts nodig heeft en niet meer dan dat. Het verlichten met openbare verlichting van een gedeelte van de omgeving is met name op provinciale wegen vaak een luxe die geen meerwaarde heeft, veel energie consumeert en ook nog veel lichthinder veroorzaakt.”

Het Platform Lichthinder wil pleiten voor betere, lichtafschermende armaturen. Veel armaturen veroorzaken een vorm van verblinding. Het autoverkeer heeft hier last van. Het menselijk oog went snel aan een beweging van donker naar licht; het omgekeerde blijkt niet het geval. Lichtadaptatie lijkt een factor 100 of daaromtrent sneller te verlopen als donkeradaptatie.

Algemeen
Het Voorontwerp POPII geeft duidelijk de intentie weer om verbetering t.a.v. lichtvervuiling/-hinder te willen aanbrengen. En dat vooral in het landelijk gebied. Toch willen wij opmerken dat juist stedelijke gebieden verantwoordelijk zijn voor een grote lichtemissie. Satellietbeelden duiden dat ook aan. Ook in stedelijke gebieden is er voor wat betreft lichtvervuiling/-hinder nog veel te winnen, bijvoorbeeld door verbeteringen aan de huidige verlichtingssituatie en bij nieuwbouwwijken/bedrijventerreinen.

Enige druk van de provincie met betrekking tot lichtvervuiling/-hinder richting gemeenten lijkt ons een goede zaak. Met nieuwe technieken is thans nog veel te winnen, op het gebied van lichtvervuiling/-hinder en daarmee samengaand, ook de energiebesparing. Toekomstige, nieuwe ontwikkelingen zullen van belang zijn, zoals telemanagement, verbeterde voorschakel-apparatuur en LED-verlichting.

Wij vertrouwen op uw aandacht voor de door ons aangedragen onderwerpen en wensen u alle wijsheid bij het opstellen van het definitieve POPII.

Met vriendelijke groet,

G.J.Kok,
Bestuurslid Platform Lichthinder.

© 2002- Platform Lichthinder