NSVV uitgaven

De Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) heeft een aantal richtlijnen uitgebracht voor het beoordelen van lichthinder. Ze gelden algemeen als maatgevend en worden ook genoemd in de toelichting van het Activiteitenbesluit. Er zijn vijf uitgaven ‘Algemene richtlijn betreffende lichthinder’:

Deel 1: Algemeen en Grenswaarden voor sportverlichting
Deel 2: Terreinverlichting
Deel 3: Aanstraling van gebouwen en objecten buiten
Deel 4: Reclameverlichting
Deel 5: Openbare verlichting

Ze zijn tussen 2003 en 2011 uitgebracht en zijn te koop bij de NSVV voor bedragen tussen de 20 en 40 euro. Bestellen kan op: nsvv.nl/publicaties/_t0_p0_m7_i125.htm

Hieronder wordt in het kort de principes en opbouw van de diverse delen beschreven. Als instanties of burgers de echte tekst willen hebben, moeten ze de uitgaven aanschaffen; er is geen pdf-file van de delen beschikbaar.

Gehinderden

In de richtlijnen wordt uitgegaan dat er gehinderden zijn die last hebben van een lichtinstallatie. Dat kan een omwonende zijn, maar ook een weggebruiker, een sterrenkundige of de natuur. De maximale grenswaarden die voor de lichtinstallatie gelden worden dus bekeken vanuit die gehinderde. Dat betekent dat er gemeten wordt op de plaats waar de gehinderde zich bevindt. Voor een omwonende wordt dit geconcretiseerd door uit te gaan van het raam waar het licht instraalt. Eventueel zou het ook kunnen gelden voor een zitje in de tuin.

Grenswaarden

In de richtlijnen worden een aantal grenswaarden voor de verlichting gesteld. Dat betekent dat deze waardes de maximale waarden zijn waaraan een lichtinstallatie moet voldoen op de plek van de gehinderde. Deze grenswaarden zijn afgeleid van Europese normen, zoals vastgelegd in publicaties van de CIE, zoals Obtrusive light nr 150.

Plaats en tijd

De grenswaarden hangen af van de plaats en omgeving waar de verlichting geplaatst is. De omgeving is in een stad veel meer verlicht waardoor de genoemde waarden daar hoger zijn dan in een natuurgebied waar de omgeving donker is. Er worden vier soorten gebieden onderscheiden:
• E1: natuurgebieden
• E2: buitenstedelijk en landelijke woongebieden
• E3: wooongebieden
• E4: stedelijke centra

Wat de tijd betreft verschillen de waarden voor de avond van zonsondergang tot aan 23 uur en de nacht na 23 uur tot zonsopgang. De precieze tijd kan verschillen. De waarden zijn ’s nachts lager dan in de avond.

Lichtparameters

Er wordt in de uitgaven over verschillende lichtparameters gesproken waarvan de twee belangrijksten zijn: verlichtingssterkte E (uitgedrukt in lux) en lichtsterkte I (uitgedrukt in candela). De eerste wordt gemeten met een lux-meter die alle licht meet op een oppervlakte van alle lichtbronnen samen die op dat vlak schijnen. Dat vlak kan een raam zijn van een huis of het gezicht van een weggebruiker. Lichtsterkte wordt gemeten met een luminantiemeter en geeft aan hoeveel licht vanuit een bepaalde bron op het raam of gezicht valt. Dat zegt iets over de mate van verblinding door de lichtbron.

Grenswaarden

Er is een algemene grenswaarde opgesteld die verband houdt met het zien van sterren. Die geldt voor alle lichtbronnen, waarbij in een gebied een bepaald percentage omhoog gestraald mag worden ten opzichte van het totaal geproduceerde licht. Voor omwonenden zijn er uitgebreide grenswaarden gesteld. Hieronder staat als voorbeeld een tabel zoals die wordt gebruikt voor sportverlichting. Voor de andere toepassingsgebieden worden vergelijkbare tabellen gebruikt.

Grenswaarden voor de lichtemissie van een lichtinstallatie voor sportaccommodaties ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden:

     

Bijlagen

De uitgaven eindigen met diverse bijlagen over zaken als meetapparatuur, condities waaronder gemeten mag worden.

© 2002- Platform Lichthinder