home > kassen

Glazen huisjes
De glastuinbouw is belangrijk voor de Nederlandse economie. De waarde van de onder glas geteelde producten bedraagt meer dan drie miljard euro. Zo'n 75 à 80 procent van de Nederlandse glastuinbouwproducten wordt geëxporteerd. De totale oppervlakte aan kassen bedraagt ongeveer 10.000 hectare, verdeeld over ruim 13.000 bedrijven. De Nederlandse glastuinbouwbedrijven bieden werk aan circa 40.000 mensen.

De oudste glastuinbouwgebieden in Nederland zijn het Westland (ingesloten door Rotterdam, Delft en Den Haag) en Aalsmeer (onder Amsterdam). De Westlanders begonnen in de 19e eeuw met het telen van komkommers in 'glazen huisjes'. Dat waren de zogenaamde lessenaars en kopkassen, die aan één kant tegen een muur leunden. Op een enkele plaats in het Westland zijn deze kassen nog te zien.


Concentratiegebieden
In de Vijfde Nota Openbare Ruimte zijn een aantal gebieden aangewezen waar de glastuinbouw geconcentreerd moet gaan worden. Er is een Stimuleringsregeling Inrichting Duurzame Glastuinbouwgebieden (STIDUG) ingesteld, die beoogt dat er in 2010 ongeveer 10 nieuwe glastuinbouwgebieden komen met een duurzame inrichting.


Er wordt op dit moment hard gewerkt om deze zogenoemde concentratiegebieden van de grond te tillen. Voor een aantal gebieden zijn subsidies verleend en overheden zien dit als een kans voor hun streek. Helaas werkt dit verspreidingsbeleid niet goed aangezien vaak het land op de aangewezen plekken duurder is zodat er steeds meer kwekers zelf land kopen en de verspreiding van licht dus nog groter wordt.

In de volgende tabel staan de concentratiegebieden zoals die op dit moment bekend zijn, samen met de bestaande hectares glastuinbouw en de geplande hectares.

Naam

Plaats

Provincie

Huidige omvang

Totaal

Bathpolder
Reimerswaal
Zeeland
20 hectare
80 hectare in 2002 en plannen voor nog 20 hectare
Bergerden - Lingewaard
Huissen / Bemmel
Gelderland
6 - 7 hectare
50 hectare in 2002; vanaf 2002 215 hectare
Berlicum
Menalduma- deel
Friesland
85 hectare
50 hectare in 2002; plannen voor 450 hectare bruto
Californie
Horst
Limburg
150 hectare bruto (110 hectare netto)
Grootslag
Wervershoof Andijk
Noord-Holland
70 hectare
250 hectare netto tot 2006, waarvan 50 hectare gerealiseerd
Haarlemmer- meer
Haarlemmer- meer
Zuid-Holland
50 hectare
200 hectare
Hoogezand - Sappemeer
Hoogezand - Sappemeer
Groningen
50 hectare
70 hectare, waarvan 21 hectare in 2002
Koegors- polder
Terneuzen
Zeeland
80 hectare
Koekoeks- polder
IIsselmuiden
Overijssel
50 hectare
200 hectare netto
Luttelgeest II
N O polder
Flevoland
100 hectare
300 hectare
Moerdijkse Hoek
Moerdijk
Noord-Brabant
175 hectare
Noordpolder
Berkel en Rodenrijs
Zuid-Holland
95 hectare
Rundedal
Emmen
Drenthe
275 hectare
Vanaf eind 2002: 160 hectare in Klazienaveen; vanaf 2003: 110 hectare in Erica
Siberie
Maasbree en Baarlo
Limburg
72 hectare
125 hectare
Zuidplas- polder
Moordrecht
Zuid-Holland
200 hectare



Geen landbouw, maar industrie
De laatste tien jaar worden er steeds meer kassen verlicht door speciale verlichting, zogenaamde assimilatieverlichting. Vooral rozen en andere snijbloemen blijken beter en sneller te groeien als ze meer licht ontvangen. Door in de wintermaanden verlichting op de planten te richten, is de kweker voor zijn bloemenproductie niet meer afhankelijk van de zomerzon.

Dit levert de roodgele luchten boven kasgebieden op. En het kost bovendien veel energie. Een kilo tomaten kost bijvoorbeeld 1 kubieke meter gas. De Nederlandse tuinbouw gebruikt bijna tien procent van het totale Nederlandse gasverbruik.

Was traditioneel de glastuinbouw vooral in het Westland en rond Aalsmeer geconcentreerd (waar recent ook de omgeving van Venlo is bijgekomen), het verspreidt zich nu ook over de rest van Nederland. In het Westland ligt 3500 hectare kassen, in de omgeving van Venlo 1000 hectare en rond Aalsmeer 1700 hectare. De rest van de 10.000 hectare is verspreid over het land.


Lichtoverlast
Verreweg het grootste deel van het uitgestoten licht, verlaat de kas via het dak. Van boven zijn de kassen dus goed zichtbaar als grote, lichtuitstralende oppervlakten. Kassen onderscheiden zich daarmee op verschillende punten van andere kunstmatige lichtbronnen. Het gaat om een laag geplaatste lichtbron, in tegenstelling tot bijvoorbeeld vuurtorens en hoge kantoorgebouwen. De lichtintensiteit is relatief hoog in vergelijking met die van wegen. Ook gaat het bij kassen om zeer grote oppervlakten, in vergelijking met bijvoorbeeld sportvelden en wegen.

Niet alleen het aantal kassen dat door assimilatieverlichting wordt belicht, maar ook de verlichtingssterkte in de kas zelf neemt nog steeds toe. Dat betekent dat de hemel in Nederland in veel gebieden een rode gloed krijgt en schijnbaar in brand staat. Deze gloed is tot op een afstand van zo'n 20 kilometer waar te nemen. Een groot deel van Nederland wordt dus door een relatief klein aantal kassen verlicht.





Afscherming
Op dit moment worden in de meeste kassen al verschillende vormen van afscherming gebruikt. Zo hebben rozenkwekers vaak een doek dat het zonlicht overdag reduceert. Ook is in sommige nieuwe kassen doek geïnstalleerd dat bijna alle licht afschermt en maximaal 1% of 3 % licht doorlaat. Dit doek kost ruwweg 0,75 euro afschrijving per jaar, terwijl de totale opbrengsten in de orde liggen van 55 en 70 euro per vierkante meter per jaar (voor rozen).

Er zijn naast kosten ook voordelen. Zo wordt door het doek een deel van het licht dat normaal naar buiten wordt gestraald, gereflecteerd en daar profiteren de planten van. Deze extra lichtopbrengst door de schermen ligt tussen de 3 en 10% en levert een extra opbrengst van 13 tot 55 eurocent. Ook is er in sommige nachten minder verwarming nodig aangezien de schermen ook warmte tegenhouden.

Een nadeel van de schermen is dat in andere nachten het juist te warm en vochtig wordt onder de schermen. De investering van doek ligt rond de 3,40 euro per vierkante meter. Als alle 1700 kassen die nu verlichten daarmee uitgerust zouden worden, zou er een eenmalige investering van 58 miljoen euro nodig zijn.


Energieverbruik
De hoeveelheid licht en daarmee ook de verbruikte energie per vierkante meter neemt langzaam toe. Op dit moment ligt het gemiddelde verbruik tussen de 34 en 36 watt per m2, met een gemiddelde verlichtingssterkte van 5000 lux per m2. Deze beide grootheden nemen de laatste jaren toe. Er wordt al geëxperimenteerd met verlichtingssterktes van boven de 10.000 lux en ruim 100 watt per m2. Assimilatiebelichting brandt rond de 3000 uur per jaar, waarvan 80% 's nachts.

Er zijn afspraken van de sector met de overheid over energieverbruik. Deze wordt uitgedrukt in energiegebruik per eenheid product. Dit is gedaald tot 56% in het jaar 2000 t.o.v. het jaar 1980. Dat had 50% moeten zijn volgens de "Meerjaren Afspraak Energie" die in 1993 afgesloten is. De totale gebruikte energie is nauwelijks gedaald aangezien er meer kassen bijgekomen zijn en er per hectare meer geproduceerd wordt.

De rekenkamer heeft in een recent rapport dan ook de energiereducerende stimuleringsmaatregelen zeer kritisch beoordeeld. De reductie die op drie verschillende manieren gesubsidieerd wordt, wordt bijna volledig tenietgedaan door een toename van de productie in de wintermaanden die een relatief hoge investering per product vragen (voor verwarming en verlichting).


Huidige regelgeving
De glastuinbouw is eigenlijk meer een industriële activiteit dan een landbouwactiviteit. 10% van het Nederlandse aardgas wordt gebruikt in de glastuinbouw en is daarmee een grote bron van broeikasgassen. Terugdringing daarvan is een belangrijk doel binnen het Convenant Glastuinbouw en Milieu (Glami) dat in 1997 werd afgesloten tussen de overheid en de sector. Het Convenant maakt duidelijk welke milieudoelstellingen de sector moet halen tot en met 2010. Deze doelstellingen hebben betrekking op energie, afval en hinder.

Het "Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer" uit 1996 is inmiddels vervangen door het "Besluit Glastuinbouw" (geldig vanaf 1 april 2002). Hierin staan voorschriften om lichthinder door assimilatieverlichting te beperken. Zo moet de gevel zijn afgeschermd. Deze afscherming moet leiden tot 95 procent minder uitstraling op 10 meter afstand van de kas. De lampen mogen niet buiten de kas zichtbaar zijn. In de periode van 1 september tot 1 mei is assimilatiebelichting verboden van 20.00 uur tot 24.00 uur.

Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Glastuinders die al voor 12 maart 1996 verlichting toepasten, zijn onderworpen aan regels van de gemeente. Deze regels moeten de grootst mogelijke bescherming geven, maar ook redelijk zijn ('As Low As Reasonable Achievable' of ALARA). Ook zijn er geen extra maatregelen nodig als er binnen 10 meter van de gevel een voorziening is die lichtuitstraling naar de verdere omgeving met minimaal 95 procent vermindert.

2002 | Besluit Glastuinbouw | Downloaden (complete tekst, PDF-document) / Downloaden (verkorte versie, PDF-document)


Nieuwe regelgeving
De vakgroep LTO Glastuinbouw en Stichting Natuur en Milieu (in samenwerking met Platform Lichtinder) hebben begin september 2004 een nieuw akkoord bereikt over de aanpak van lichthinder door kassen.

Om te beginnen moeten de bestaande wettelijke regels, onder meer verplichte zijafscherming, beter worden nageleefd en gehandhaafd en wordt de lichtuitstraling naar boven beperkt met al aanwezige (energie)schermen. Daarnaast omvat het akkoord een stappenplan om per 1 januari 2008 het licht boven de kassen voor 95 procent af te schermen.

2004 | Gezamenlijke verklaring plan van aanpak Maatschappelijke belichting en afscherming in de glastuinbouw | Downloaden (PDF-document) / Downloaden (PDF-document, verkorte versie) | Uitgave: De vakgroep LTO Glastuinbouw en Stichting Natuur en Milieu (in samenwerking met Platform Lichtinder)



Naar boven Deze pagina is bijgewerkt op:
links & literatuur

Regelgeving 2008 | In wet- en regelgeving rond kassenverlichting zijn een aantal zaken gewijzigd. Een overzicht van de actuele stand van zaken vindt u hier.
Op de website van InfoMil is ook meer info te vinden over het Besluit Glastuinbouw.


Ondergrondse kassen | Als oplossing voor lichtoverlast, maar ook voor waterschade, is Ondergronds Tuinieren van uitvinder Henk van der Weijst. In zijn plan verdwijnen complete kassen onder de grond. Uit een onderzoek door studenten van de Technische Universiteit (TU) Delft naar ondergrondse tuinbouw in het Westland blijkt dat dit economisch en bouwtechnisch haalbaar is. Probleem blijkt het verplaatsen van daglicht naar beneden. Van der Weijst won voor het idee in 2001 een prijs van het Centrum voor Ondergronds Bouwen.
www.student.citg.
tudelft.nl/cf636



Voorbeeldbrief reactie op bestemmingsplan | Platform Lichthinder heeft in maart 2006 gereageerd op het MER en het voorontwerp Bestemmingsplan Glastuinbouw Eemshaven. De reactie is gestuurd in het kader van de mogelijkheid tot inspraak tijdens de ter inzage legging van het MER en bijbehorende voorontwerp bestemmingsplan. Als leidraad voor uw eigen reactie op andere bestemmingsplannen kunt u onze brief gebruiken.
Download de reactie (Word-document).


Glastuinbouw en Milieu (Glami) | In dit project werken overheid en bedrijfsleven samen om de milieu- en energieprestaties van glastuinbouwbedrijven te verbeteren.
www.glami.nl


Kom in de kas | Tuinders in zo'n 30 kasgebieden in Nederland zetten hun deuren open. Op deze open dag kunt u met eigen ogen zien hoe groenten, bloemen en planten in Nederland worden geteeld.
www.komindekas.nl


2003 | Protocol Vaststelling Reductie Uitstraling | Download (PDF-document) | Rijssel, E | Uitgave: Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, sector Glas | Projectnummer: 414515 | Methode tot toetsing of de reductie van de lichtuitstraling van een glastuinbouwbedrijf met assimilatiebelichting voldoet aan de voorschriften in het Besluit Glastuinbouw. Er is een simpel protocol ontwikkeld dat met behulp van een digitale camera en beeldbewerkings software de afmetingen van de kieren meet. Samen met de doorlaatbaarheid van het scherm geeft dit een voldoende goed beeld van de reductie van de lichtuitstoot vanuit de kas.


2000 | In de Kas | Download (PDF-document) | Uitgave: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij | Het kost veel energie om een kas dag en nacht warm en verlicht te houden. Ook moet je mest en bestrijdingsmiddelen gebruiken om de planten te laten groeien. Als die stoffen in het milieu terechtkomen, kan dat nadelige gevolgen voor het milieu hebben. In deze brochure lees je welke maatregelen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) genomen heeft om de nadelen te beperken. En wat de tuinders hiervoor zelf gedaan hebben.


2000 | Ecologische Effecten van Strooilicht uit Glastuinbouw | Vegte, Jan Willem van der | Uitgave: IWACO, Adviesbureau voor water en milieu | Zeer uitgebreide afstudeerscriptie over de effecten van assimilatieverlichting op flora en fauna.


Zie ook de pagina met veelgestelde vragen over kasverlichting
Menu Home Nieuws Wat is lichthinder? Licht & Duisternis Wetgeving Tips & FAQ Platform Lichthinder Kassen Openbare verlichting Sportveldverlichting Terreinverlichting Sierverlichting Skybeamers Reclameverlichting Economie Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Gezondheid Ecologie Sterrenkunde Esthetiek