IKEA moet dimmen

Geplaatst: 22 april 2004
Thema: Reclameverlichting

Eind vorig jaar berichtten wij dat bewoners in Breda last hadden van een enorme, verlichte reclamezuil van IKEA. Aangezien IKEA niet wilde ingaan op de bezwaren, hebben de buurtbewoners een rechtzaak aangespannen. Afgelopen maandag deed de rechter zijn uitspraak: IKEA moet haar lichtreclame aan de zuidzijde van de 42 meter hoge mast aan de Kruisvoorde dagelijks tussen 22.00 en 07.00 uur doven.

Uit BN De Stem van 20 april j.l.:
Hetzelfde geldt voor de Ondernemersvereniging Woonboulevard Breda, die onder IKEA’s felgele lichtbak een evengrote lichtreclame (in wit, paars en oranje) voor haar meubelbouvelard heeft opgehangen. Overtreding kost beide partijen 1000 euro per dag, met een maximum van 100.000 euro. De Bredase voorzieningenrechter mr. M. Steenbeek heeft dat gisteren in kort geding bepaald. De rechtbankpresident is op 6 april ter plekke poolshoogte gaan nemen en heeft geconstateerd dat de bewoners van de woningen aan de Liesboslaan 26 en 30 ‘onrechtmatig’ grote hinder van die verlichting ondervinden.

De reclameverlichting aan de oostzijde van de mast hoeven IKEA en Woonboulevard daarentegen niet te doven. Verder mag IKEA op haar gevel haar handelsnaam in de 6,5 meter hoge, aangelichte gele hoofdletters (op blauwe achtergrond) blijven verlichten. Die tussentijds al getemperde verlichting brandt maar enkele uren per avond en dooft reeds een uur na sluitingstijd, overweegt mr. Steenbeek. Omdat dit licht slechts geringe invloed heeft op het leven van de omwonenden, is hier geen sprake van ‘onrechtmatige hinder’, vindt de rechter, die het bovendien onnodig acht dat IKEA hiervoor een milieuvergunning zou moeten aanvragen.

Het kort geding dat de bewoners van zes huizen aan de Liesboslaan tegen de meubelgigant hebben aangespannen, heeft hiermee geen winnaars maar ook geen verliezers opgeleverd. Mr. M. Buntsma, de raadsman van de bewoners, zei verheugd te zijn ‘met de erkenning van de hinder voor de woonomgeving’. “De president van de rechtbank heeft de overlast van het licht serieus genomen”, aldus Buntsma. “Dat is erg plezierig, omdat er op dit gebied in juridische zin geen normen en voorschriften bestaan.” Hij zegt zich namens de bewoners nog op hoger beroep te beraden. IKEA-bedrijfsleider O. Cazemier kan niet zeggen of zijn werkgever hoger beroep overweegt. “Maar ik denk dat IKEA met deze uitspraak kan leven. De buren zijn op bijna alle punten in het ongelijk gesteld. Wat zouden wij dan nog moeten reageren?”, aldus Cazemier.

© 2002- Platform Lichthinder